“Je prettig bemoeien is positief voor kinderen en begeleiders.”

Judith Pols en Hanneke Fleuren werken beide voor PSW Junior. Judith als fysiotherapeute bij ontwikkelingsgroep Sprankel in Venray, Hanneke als logopediste voor alle ontwikkelingsgroepen van PSW in Noord-Limburg. Hun disciplines verschillen, hun visie en manier van werken niet: coachend werken, midden in de dagelijkse praktijk van de kinderen en samen met de begeleiders. Zo zorgen ze ervoor dat de therapie niet stopt als de therapeut de deur uit is.

 

Judith: “Ik wil begeleiders laten zien wat ik doe en hoe ik dat doe. Ik wil niet met een kind een half uurtje apart in een kamertje oefenen, maar gewoon ín het dagprogramma van het kind. Begeleiders kunnen dan de rest van de week verder met de doelen en oefeningen. Het effect daarvan is vele malen groter dan een enkele oefensessie per week. Daarnaast zijn begeleiders nog bewuster bezig met de, in mijn geval, motorische doelen en zien ze bijvoorbeeld zelf beter de vorderingen. Hier ligt wel nog een uitdaging. Alle kinderen hebben meerdere doelen, op verschillende gebieden. Dat is voor begeleiders bijna niet bij te houden. Het vraagt dus regelmatig om herhaling en opfrissen. Mijn ervaring is dat de begeleiders daar open voor staan en dit goed oppakken.”

 

Hanneke: ”Om de week bezoek ik elke ontwikkelingsgroep. Daar coach ik medewerkers ‘on the job’. Ik beantwoord vragen, observeer kinderen, volg en bewaak de doelen en ik kijk mee als er een probleem is. Ik ‘bemoei’ me dus eigenlijk met alle kinderen in de groep! Ook als er geen probleem is trouwens, want vaker zie je ook dan ontwikkelingsmogelijkheden. Soms adviseer ik zelfs om een andere deskundige in te roepen als ik iets zie dat ondersteuning vraagt op een ander vakgebied.”

 

Judith: “Prettig bemoeien” noem ik het: kijken wat je ziet en samen met de begeleiders bespreken wat er speelt en afspreken hoe je iets aanpakt. De begeleiders staan uren op de groep. Zij kennen het kind veel beter dan ik. Die kennis heb je nodig om goed te kunnen werken. Zo is ook de kennis van ouders van onschatbare waarde, zij zijn de experts van hun kind.”

 

Hanneke: ” Ik voer sinds twee jaar geen individuele behandelingen meer uit zoals Judith dat doet. Ik ben in dienst voor de hele groep kinderen en kijk mee waar dat nodig is. Zelfs bij kinderen die op basis van een verwijzing vanuit de eerste lijn ook al logopedie krijgen. Op deze manier probeer ik door mijn expertise met de doelgroep een brug te slaan tussen de ontwikkelingsgroep en de eerstelijns hulpverlening en dus aanvullend te werken. Ik merk dat begeleiders blij zijn met de kennis die je brengt, dat je vertelt waarom je iets doet en dat je het samen met hen doet in plaats van alleen ‘droog’ informatie overdragen. Door in de groep te laten zien hoe ik bijvoorbeeld een eet- of drinkprobleem benader, kunnen zij meteen vragen stellen en krijg je een goede wisselwerking. Dat werkt positief. Soms heb ik een voorstel waarvan zij zeggen: dat werkt niet bij dit kind, we kunnen beter dit of dit proberen. Deze manier van werken heeft ook nog eens als voordeel dat je ziet dat begeleiders zelf initiatief nemen door een succesvolle oefening ook bij andere kinderen toe te passen.”